Waar het verhaal opnieuw begint
Ambrose zat achter zijn bureau, gebogen over een stuk perkament waarop lijnen van blauw licht traag pulseerden. Spreukonderzoek, zoals altijd.
Hij keek op toen Dorian binnenkwam, met zijn scherpe blik die zelfs na al die jaren niets miste.
‘Je hebt mijn brief gezien,’ zei Ambrose. Het klonk niet als een vraag.
‘Ja.’
Dorian legde de opgevouwen brief op het bureau. ‘Je weet wat ik ervan vind.’
Ambrose vouwde zijn handen voor zich, zijn vingers lang en beweeglijk.
‘Je vindt veel, Dorian,’ zei hij rustig. ‘Maar zeg het toch maar.’
‘Hij is niet de eerste kandidaat die ik in gedachten had,’ antwoordde Dorian kalm.
‘En waarschijnlijk ook niet de laatste,’ zei Ambrose.
Ze zwegen.
Alleen het geluid van de wind klonk tegen de ramen, het kraken van het hout.
Dorian keek naar het vuur in de haard.
‘Hij was een uitzonderlijke student,’ zei hij uiteindelijk. ‘Ik ontken dat niet. Hij had inzicht, beheersing, talent.
Maar hij heeft ook een verleden dat hem zal blijven volgen.
Een verleden dat niet losstaat van mijn dochter.’
‘Dat weet ik,’ zei Ambrose.
‘Dan weet je ook wat het met haar heeft gedaan.’
Ambrose leunde achterover. ‘Ik weet wat het met jullie beiden heeft gedaan.’
Dorians blik bleef strak, maar niet vijandig.
‘Ze heeft jaren nodig gehad om te helen.
En zelfs nu… sommige wonden genezen nooit helemaal.’
Ambrose knikte.
‘Dat geldt ook voor hem.’
Er viel een korte stilte.
Toen vroeg Dorian: ‘Waarom? Waarom juist hij?’
Ambrose stond op en liep naar het raam.
‘Elderwyn heeft mensen nodig die niet alleen weten wat kracht is,’ zei hij, ‘maar ook wat het kost om die kracht te gebruiken.
Fenlow was een soldaat, dapper, betrouwbaar, maar nooit echt strategisch.
Tiberius was dat wel.
Is dat nog steeds.’
‘En Alba?’ vroeg Dorian, zijn stem nauwelijks hoorbaar. ‘Heb je aan haar gedacht?’
‘Natuurlijk,’ zei Ambrose.
Hij draaide zich om.
‘Maar ik denk ook aan de wereld, Dorian. En aan wat er buiten deze muren beweegt.
Er is iets aan het verschuiven. Oude namen, oude machten.
Je hebt het zelf ook gevoeld.’
Dorian antwoordde niet meteen.
Hij had het inderdaad gevoeld.
Ambrose vervolgde: ‘Tiberius kent duisternis van dichtbij.
Hij begrijpt discipline en schuld.
Hij kan onze studenten leren wat Fenlow niet meer kon: dat verdediging meer is dan alleen spreuken en reflexen.
Dat elke beslissing een keuze is.’
Dorian zuchtte.
‘Je speelt met vuur.’
Ambrose glimlachte flauwtjes.
‘Dat doe ik vaker. Maar ik ben oud genoeg om te weten welk vuur verwarmt, en welk verteert.’
Hij pakte de brief van zijn bureau, vouwde hem zorgvuldig dicht en tikte tweemaal met zijn vinger op het zegel.
‘Hij zal terugkeren,’ zei hij eenvoudig.
‘Zelfs als hij dat nu zelf nog niet weet.’
Dorian keek naar het blauwachtige licht dat door het raam naar binnen viel, naar het stof dat erin danste.
‘Dan hoop ik dat je gelijk hebt,’ zei hij.
En zachter: ‘Dat mijn dochter niet opnieuw hoeft te branden.’